De provincie Limburg gebruikt cookies om jouw surfervaring op deze website gemakkelijker te maken.

Strict noodzakelijke cookies
Deze cookies zijn strikt noodzakelijk om over de site te avigeren, of om te voorzien in door u aangevraagde faciliteiten.
Functionaliteitscookies
Deze cookies verbeteren van de functionaliteit van de website door het opslaan van uw voorkeuren.
Prestatiecookies
Deze cookies helpen om de prestaties van de website te verbeteren, waardoor een betere gebruikerservaring ontstaat.
Online surfgedrag gebaseerde reclame cookies
Deze cookies worden gebruikt om op de gebruiker toegesneden reclame en andere informatie te tonen.
Meer weten...

Vlaamse provinciebesturen starten met opmaak Provinciaal Beleidsplan Ruimte

woensdag, 03 april 2019, 14.15 u.

De Vlaamse regering keurde op 20 juli 2018 de strategische visie van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV) goed. Het BRV dient als richtlijn voor het toekomstige ruimtelijk beleid in Vlaanderen. In het BRV krijgen de provinciebesturen een bovenlokale en streekgerichte rol toebedeeld. Ze krijgen de ruimte om een eigen strategisch ruimtelijk beleid op te maken in de vorm van een Provinciaal Beleidsplan Ruimte.

Startbeslissing genomen in 5 provinciebesturen
De 5 Vlaamse provinciebesturen beslisten om te starten met de opmaak van een Provinciaal Beleidsplan Ruimte. Met deze beslissing tonen de provinciebesturen hun engagement om een duurzaam en kwaliteitsvol ruimtelijk beleid te voeren met een bovenlokale aanpak gericht op samenwerking. Dit om de toekomstige uitdagingen op maat aan te pakken. Een visie vanuit bovenlokaal perspectief is nuttig en nodig om ruimtelijke keuzes te maken en afstemming te zoeken tussen bovenlokale en lokale gebiedsontwikkelingen.

In het vernieuwde provinciaal ruimtelijk beleid gaan de provinciebesturen niet alleen over bestuurlijke grenzen heen maar ook over beleidsdomeinen heen: de uitdagingen worden vanuit een bovenlokaal perspectief geïntegreerd aangepakt door een multidisciplinair en deskundig team van medewerkers. De provinciebesturen kunnen in hun ruimtelijk beleid voor impulsen zorgen om lokale en bovenlokale opportuniteiten van een gebied optimaal te benutten. Er wordt dan ook een gebiedsgerichte aanpak gehanteerd. Maar er wordt ook realisatiegericht gewerkt, want de plannen die we vandaag maken, moeten snel tot zichtbare veranderingen leiden op het terrein. Het is dan ook duidelijk dat de provinciebesturen in hun ruimtelijk beleid flexibel moeten zijn, want elk project is anders en vraagt een aanpak op maat.

Gemeenschappelijke ambitie in 5 unieke beleidsplannen
In deze gemeenschappelijke ambitie worden er een aantal overeenkomstige uitgangspunten gehanteerd: duurzaam omgaan met de beschikbare ruimte, streven naar een efficiënt ruimtegebruik, een koppeling maken tussen ruimtelijke ontwikkelingen en duurzame mobiliteit, rekening houdend met de kwetsbaarheden van onze natuurlijke omgeving.

Op deze manier geven de provinciebesturen een gebiedsgerichte invulling aan de ambities en principes van het BRV en krijgen de gemeenten een concreter referentiekader voor hun ruimtelijk beleid. Zo werken we als provinciebesturen mee aan de omgevingskwaliteit én de leefkwaliteit van onze inwoners, bedrijven en organisaties, nu en in de toekomst.

Maar elke provincie is ook uniek, heeft haar eigen specifieke karakter en nood aan een aanpak op maat. Daarom maakt elke provincie een eigen Beleidsplan Ruimte op met inhoudelijke accenten. Dit leidt tot 5 verschillende en sterke beleidsplannen, afgestemd op de ruimtelijke situatie, kwaliteiten en identiteit van iedere provincie.

Beleidsplan provincie Antwerpen
In de provincie Antwerpen nam de provincieraad in januari 2019 officieel de startbeslissing voor de opmaak van het Provinciaal Beleidsplan Ruimte Antwerpen. Luk Lemmens, gedeputeerde voor Ruimtelijke Ordening in de provincie Antwerpen, legt uit: “Inhoudelijk zijn we al langer bezig onder de noemer Nota Ruimte. We gaan nu dus verder met de officiële benaming ‘Provinciaal Beleidsplan Ruimte Antwerpen’. Net omdat we inhoudelijk al zo ver staan, organiseren we de adviesronde over de conceptnota al na de zomer. Waar ik trots op ben, is de participatieve aanpak van de Nota Ruimte. We zijn gestart in 2013 met onze interne diensten. In 2015 hebben we inhoudelijke experten betrokken en in 2016 hebben we het opengetrokken naar externe stakeholders, namelijk de gemeentebesturen en middenveldorganisaties. Tenslotte, in 2018, richtten we ons tot burgers. Alle input in dat hele participatietraject nemen we mee in de opmaak van het definitieve beleidsplan Ruimte.”

Beleidsplan Limburg
De provincieraad van Limburg nam op 20 maart 2019 de officiële startbeslissing voor de opmaak van het Beleidsplan Ruimte Limburg (BRL). Inge Moors, gedeputeerde voor ruimtelijke ordening in Limburg verduidelijkt: “Via een eigen Beleidsplan maken we Limburg future proof. Het DNA van Limburg is erg specifiek en verantwoordt eigen ruimtelijke keuzes: Limburg heeft meer open ruimte, een waaier aan diverse landschappen en een netwerk aan dorpen en steden op mensenmaat. Deze troeven willen we versterken en uitspelen. Een generiek Vlaams beleid houdt te weinig rekening met de perifere ligging van Limburg ten aanzien van de Vlaamse Ruit en de historische onderbedeling van onze provincie op het vlak van openbaar vervoer. De Limburgse ontwikkelingsmogelijkheden worden in belangrijke mate mee bepaald door haar centrale ligging binnen de Euregio Maas-Rijn: de steden Eindhoven, Maastricht, Aken en Luik, samen goed voor bijna 800.000 inwoners, liggen immers dichter dan Brussel, Gent of Antwerpen.”

Beleidsplan Oost-Vlaanderen ‘Maak Ruimte voor Oost-Vlaanderen 2050’
De Provincie Oost-Vlaanderen is volop bezig met de opmaak van het Ruimtelijk Beleidsplan. Op 30 januari 2019 nam de provincieraad de officiële startbeslissing voor de opmaak ervan. “Vandaag lanceren we het nieuws dat we bij Provincie Oost-Vlaanderen gestart zijn met de opmaak van een nieuw Beleidsplan Ruimte Oost-Vlaanderen. Daarin kijken we richting 2050. Dat lijkt veraf, maar dat is het eigenlijk niet. De indeling van onze ruimte vandaag heeft gevolgen op lange termijn”, zegt Annemie Charlier, gedeputeerde voor Ruimtelijke Planning bij de Provincie Oost-Vlaanderen. “Een nieuw, toekomstgericht ruimtelijk beleid komt er niet zomaar. Er volgt een lange procedure zodat we de juiste, goed onderbouwde beslissingen nemen, die gebaseerd zijn op onderzoek en overleg. Ook burgerparticipatie staat daarbij centraal. Een eerste belangrijk moment daarvoor volgt in het najaar van 2019. Dan leggen we ons voorbereidend werk voor tijdens de raadpleging van de conceptnota. Elke Oost-Vlaming kan zijn suggesties met ons delen.”

Beleidsplan Vlaams-Brabant
Op 19 maart 2019 gaf de provincieraad het formele startschot om de procedure voor de verankering van het provinciaal beleidsplan ruimte Vlaams-Brabant op te starten. Deze beslissing kwam er nadat de provincieraad al in februari 2018 de ‘Kernnota’ goedkeurde, met daarin de krachtlijnen van het nieuwe provinciale ruimtelijk beleid voor de toekomst. De zogeheten ‘conceptnota’ – als eerste tussenstap in de formele procedure – zal dan ook grotendeels de Kernnota van 2018 hernemen. Omdat de procedure van het beleidsplan nog een heel participatief traject moet afleggen, wordt er parallel al een actieprogramma opgemaakt, waarmee uitvoering zal gegeven worden aan de ruimtelijke principes uit het beleidsplan. Ook vandaag al wordt de visie in de praktijk vertaald via de projectwerking van de provincie, legt Ann Schevenels, gedeputeerde voor ruimtelijke planning in Vlaams-Brabant uit. Dit gebeurt in het bijzonder via de geïntegreerde, gebiedsgerichte projecten, waarin de provincie Vlaams-Brabant vaak de regisseursrol in opneemt. Voorbeelden hiervan zijn het project ‘Zuidelijke Zennevallei’, waarin tegelijkertijd ingezet wordt op het optimaliseren van de bestaande bebouwde ruimte en ruimte bieden voor natuur en water, het project ‘Regionet Leuven’, waarin toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen gekoppeld worden aan duurzame mobiliteit met hoogwaardig openbaar vervoer en fietssnelwegen, of het project ‘Getestreek’, waarin het versterken van de open ruimte en het inzetten op leefbare dorpen hand in hand gaan.

Beleidsplan West-Vlaanderen
Op 27 september 2018 nam de provincieraad van West-Vlaanderen de beslissing voor de opmaak van het Beleidsplan Ruimte West-Vlaanderen. Onder de noemer ‘De Plaatsbepalers’ werd er al een uitgebreid participatietraject met burgers, deskundigen en politici doorlopen. De input van dit traject zal dan ook de basis vormen voor de opmaak van een conceptnota ruimte. Uit dit traject bleek dat er in West-Vlaanderen een aantal specifieke ruimtelijke uitdagingen zijn: we hebben als enige provincie een kuststrook, het Brugs poldergebied en de Westhoek zijn de twee meest landelijke regio’s in Vlaanderen, er is een sterk ondernemerschap in Midden- en Zuid-West-Vlaanderen en de voorzieningen zijn verspreid in 4 regionale en 10 kleine steden in plaats van in een grote stad. Het verder verdichten van het wonen in dorpen en steden zal dan ook een prioriteit zijn met specifieke aandacht voor betaalbaar wonen. Ondernemen zit in ons West-Vlaams bloed, maar er is een gebrek aan een aanbod voor bedrijventerreinen, daarom komen er nu heel wat kleinere ondernemingen terecht in de open ruimte. We willen de open ruimte vrijwaren van bebouwing, daarom zal de zoektocht naar gepaste locaties voor bijkomende infrastructuur voor bedrijven een belangrijke evenwichtsoefening worden. De Plaatsbepalers geloofden weinig in het openbaar vervoer, maar fietssnelwegen werden wel als een haalbaar alternatief gezien, ook daar zal op ingezet worden. Maar er waren ook thema’s waar de meningen van De Plaatsbepalers verdeeld waren, zoals het voorzien van windturbines op land en het aantal ha bos dat er bij moet komen. Gedeputeerde voor ruimtelijke ordening Sabien Lahaye-Battheu kijkt naar de toekomst: “de provincie West-Vlaanderen wil op basis van deze informatie een aantal voorstellen formuleren over het toekomstig ruimtelijk beleid in de provincie. De bedoeling is om dit tegen het eind van het jaar opnieuw voor te leggen aan alle betrokken partijen zoals De Plaatsbepalers, gemeentebesturen, adviesraden, middenveldorganisatie en burgers.”